CSSF verscherpt debat over Luxemburgse fondskosten

CSSF's headquarters in Luxembourg. Photo: IO.
CSSF's headquarters in Luxembourg. Photo: IO.

Luxemburgse fondsbeheerders grepen te laat in bij uitzonderlijk hoge kosten, concludeert toezichthouder CSSF. De zwaarste tekortkomingen lijken beperkt tot enkele uitschieters, maar actieve fondsen uit het groothertogdom blijken over een bredere linie duurder dan het Europese gemiddelde. Vooral de administratiekosten vallen op, zo blijkt uit een analyse van Fitz Partners voor Investment Officer.

De CSSF meldde in zijn op 4 september gepubliceerde jaarverslag over 2025 dat een beperkte groep beheerders is onderzocht. Zij waren geselecteerd omdat hun fondsen ‘abnormaal’ hoge kosten rekenden vergeleken met soortgelijke producten. Bij de meeste beheerders schoot de toetsing van die kosten tekort en kwamen corrigerende maatregelen te laat.

Serge WeylandSerge Weyland, topman van de Luxemburgse branchevereniging ALFI, waarschuwt dat hieruit geen conclusies kunnen worden getrokken over de hele markt. Hij spreekt van ‘enkele uitschieters’ en zegt ‘niet al te bezorgd’ te zijn over de bevinding. ‘De set-up die we in Luxemburg hebben, is degelijk’, aldus Weyland tegenover Investment Officer.

Volgens de CSSF leidde ingrijpen in veel gevallen tot nieuwe contractafspraken en aanzienlijke kostenverlagingen. Sommige fondsen gingen op in goedkopere producten of werden opgeheven. De toezichthouder maakte niet bekend om welke beheerders het ging, hoe hoog de te veel berekende kosten waren en of beleggers zijn gecompenseerd. Overigens blijven ook in 2026 fondskosten een speerpunt van het toezicht.

Actieve fondsen duurder

Het Londense adviesbureau Fitz Partners vergeleek op verzoek van Investment Officer zo’n 2.290 Ierse en Luxemburgse fondsen voor particuliere beleggers. De administratiekosten blijken in Luxemburg consequent hoger. Bij aandelenfondsen bedragen ze gemiddeld 0,225 procent, tegen 0,139 procent in Ierland. Bij obligatiefondsen gaat het om 0,157 procent tegenover 0,098 procent. Het verschil is ‘niet verwaarloosbaar’, vindt directeur Hugues Gillibert van Fitz Partners.

De hogere administratiekosten leiden niet in alle gevallen tot hogere totale kosten. De gemiddelde lopende kosten van Luxemburgse aandelenfondsen liggen 11,5 basispunten boven die van vergelijkbare Ierse fondsen. Luxemburgse obligatiefondsen zijn juist 9,1 basispunten goedkoper. Hun lagere beheervergoedingen compenseren de hogere administratiekosten ruimschoots.

Een bredere analyse van Morningstar laat eveneens een kostenverschil zien. Dit onderzoek omvatte 84.812 aandelenklassen van 23.698 fondsen in de EU. Actieve Luxemburgse fondsen rekenden in dit onderzoek gemiddeld 1,15 procent aan lopende kosten, tegen 1 procent in de rest van de EU. Gewogen naar beheerd vermogen ging het om respectievelijk 1,11 en 0,85 procent.

‘Luxemburgse fondsen zijn binnen hun Morningstar-categorie oververtegenwoordigd onder de duurste fondsen’, zegt Eugene Gorbatikov, analist fondsresearch bij Morningstar. Op fondsniveau valt 31,3 procent in het duurste kwartiel van zijn categorie en 13,6 procent in het duurste deciel. Ook na correctie voor categorie, fondsomvang en type belegger zijn actieve Luxemburgse fondsen ongeveer 17 basispunten duurder. Bij passieve fondsen vond Morningstar geen wezenlijk prijsverschil.

Volgens Weyland kunnen vergelijkingen tussen vestigingslanden verschillen in productaanbod en klantenkring verhullen. Luxemburg richt zich sterk op actief beheerde fondsen die via banken, verzekeraars en andere distributeurs bij particuliere beleggers terechtkomen. Ierland kent naar verhouding meer institutionele fondsen en ETF’s. ‘Als je Ierland met Luxemburg vergelijkt, vergelijk je appels met peren’, zegt hij.

Gegevens van ESMA bevestigen dat het groothertogdom sterker op particuliere beleggers is gericht. In Luxemburg gevestigde Ucits-fondsen hadden eind 2024 voor 2.392 miljard euro aan vermogen van particuliere beleggers, tegenover 915 miljard euro in Ierland. Actieve fondsen waren goed voor 86 procent van het Luxemburgse retailvermogen en 31 procent van het Ierse. Voor ETF’s waren die verhoudingen precies omgekeerd: 12 procent in Luxemburg en 64 procent in Ierland.

Grensoverschrijdende distributie vormt een extra kostenlaag. Volgens ESMA bestaat 48 procent van de totale kosten voor Ucits-beleggers uit distributiekosten. Het Amerikaanse Investment Company Institute becijferde dat grensoverschrijdende aandelenfondsen in 2025 gemiddeld 1,31 procent rekenden, tegen 1,18 procent voor fondsen die in één land werden aangeboden. Bij obligatiefondsen ging het om 0,89 en 0,78 procent. Ook de omvang van een fonds speelt mee, aldus Weyland. ‘Als het beheerde vermogen afneemt, stijgt de totale kostenratio.’

Belang belegger

Een ingewikkelder fondsstructuur kan hogere kosten verklaren, maar rechtvaardigt ze niet automatisch. Volgens ESMA moeten beheerders beleggers compenseren wanneer kosten ten onrechte in rekening zijn gebracht. Sébastien Commain van de Brusselse consumentenorganisatie Better Finance wijst erop dat terugbetaling aan het fonds mogelijk niet volstaat. Het te veel betaalde bedrag heeft immers ook geen rendement kunnen opleveren.

Volgens Weyland mag de discussie over fondskosten niet afleiden van een groter probleem: Europeanen laten te veel geld op spaarrekeningen staan. Bij wijze van rekenvoorbeeld ging hij uit van 6 procent beleggingsrendement en 0,5 procent spaarrente. Dat levert jaarlijks 550 basispunten aan gemist rendement op. De vergelijking houdt geen rekening met beleggingsrisico. ‘Veruit de grootste kostenpost is dat zij niet hebben belegd.’

Gerelateerde artikelen op Investment Officer: